Wonen voor ouderen

Zorg voor een woonplan

door Peter Camp

 

Zestig is het nieuwe vijftig

Door een stijgende welvaart, gezondere voeding en betere zorg treden fysieke en mentale ouderdomsgebreken steeds later op. Zestig is het nieuwe vijftig, hoor je dan. Je leest zelfs dat zestigers, als ze niet meer werken, de nieuwe veertigers willen zijn. Ze draaien er hun hand niet voor om in snijdende wind de Elfstedentocht te rijden of om in een ruk 2500 kilometer naar Santiago de Compostella te wandelen of fietsen. In dames- en herenmagazines krijgen ze adviezen over hoe ze er jonger uit kunnen zien. Iedereen weet het. Er zijn meer actieve ouderen dan ooit tevoren. Ouderen gaan onze samenleving dus steeds meer bepalen. De silver economy, de silver future, ook wel ‘het grijze goud’ genoemd, wordt heterogener dan ooit. Je kunt je afvragen waar tegenwoordig het ‘zilver’ van de silver future start: bij 55, 60, 65 of zelfs 70 jaar?

Niet naar je leeftijd leven

Will you still need me, will you still feed me, when I’m sixty-four? Die vragen uit de Beatles- klassieker zullen mensen die nog geen 64 zijn zich niet vaak stellen. De meeste mensen denken liever niet na over ouder worden, levenskunstzeker niet in een samenleving die is gefixeerd op de eeuwige jeugd. Het verzet tegen ouder worden is groot en praten over ouder worden is een taboe. Het herinnert ons aan het feit dat we breekbaar zijn en dwingt ons na te denken over eenzaamheid, zwakte en afhankelijkheid. We doen er alles aan om die fase uit te stellen, want ouderdom associëren we met fragiliteit, eindigheid en nutteloosheid. Maar oud worden we uiteindelijk (bijna) allemaal.

Welke kansen en ontplooiingsmogelijkheden biedt deze fase? Hoe breng je de kunst van het ouder worden in de praktijk? En is het niet tijd voor een herwaardering van de ouderdom? Ouder worden is niets bijzonders meer en gaat er anders uitzien. Wie zich jong voelt, leeft langer. Dat blijkt uit een onderzoek van het University College Londen dat in 2014 werd gepubliceerd in het Amerikaanse vakblad JAMA. De studie is gebaseerd op de gegevens van 6500 Britten van 52 jaar en ouder. Het overgrote deel van de ondervraagden voelde zich (flink) jonger dan hij was (70 %). De boodschap is dat je niet naar je leeftijd moet leven. Dat je nieuwe dingen moet proberen waar je je voor moet inspannen en waarvoor je zo min als mogelijk op de automatische piloot kunt gaan. Dat is perfect voor het brein.

Levenskunst

In deze tijd ligt ook voor ouderen de nadruk op wat je allemaal nog kan en zou moeten kunnen. In het hele verouderingsdebat domineert het fysieke. Levenskunstfilosoof Wilhelm Schmid, die de zestig is gepasseerd en een meergeneratiewoning overweegt, hekelt deze ideologie van de eeuwige jeugd, het dominante ik-isme en het motto Forever Young. Je moet niet alles willen beïnvloeden, je kunt beter sommige dingen op hun beloop laten. Af en toe nadenken over hoe het oud worden verloopt, wat je te wachten staat, waar je staat, hoe je je kunt voorbereiden, wat in je macht ligt en wat daarbuiten. Dat is gelatenheid.

De dingen simpelweg laten gebeuren en niet gecompliceerder maken dan ze al zijn. Anderen voor laten gaan en laten begaan. Minder meegaan in het ritme dat het leven dicteert. Bereidwillig loslaten wat niet langer kan blijven. Zich gewillig overgeven aan al wat komt. Levenskunst als bezinning, om ook in het laatste kwart het leven zin te geven en een bewust leven te leiden, in plaats van erop los te leven. Niet alles in het leven staat nog op het spel. De hormonen komen tot rust, ervaringen zijn groter en de blik breder.

Je leren verhouden tot anderen

Goed ouder worden is voor velen de ouderdom zo lang mogelijk trotseren. Tegenover de vervalverhalen komen de zorg-, leef- en woonplannen te staan. Ze suggereren dat je de kwetsbaarheid van het leven, die zich in toenemende mate toont naarmate je ouder wordt, op afstand zou kunnen houden. Met een investering in je fysieke conditie kun je inderdaad een heel eind komen. Ouderdom is echter iets anders dan zo lang mogelijk jong blijven. Er zijn ook vormen van kwetsbaarheid die zich niet laten beheersen. De sterkste tak kan ineens van de stam scheuren en de zwakste kan er jaren aan vast blijven hangen.

Wanneer je zelf niet ziek wordt, vallen misschien dierbare vrienden weg of zie je je partner langzaam wegglijden in dementie. Dan hebben de plannen niet zoveel te bieden. Goed ouder worden is ook een kwestie van je leren verhouden tot jezelf en tot anderen. Dat kan resulteren in groeiend zelfinzicht en praktische levenswijsheid. Essentieel in dit leerproces is dat je de existentiële kwetsbaarheid niet hoeft te ontkennen, maar dat je ervaringen hier mee onderdeel gaan uitmaken van wie je bent. Nieuwe woonvormen kunnen aan dit proces bijdragen.

Dromen over de derde levensfase

Het is voor iedereen duidelijk dat je als 60-plusser een andere levensfase ingaat. De derde levensfase, of zoals de Fransen dat zo mooi zeggen, le troisième age. Dromen over de invulling daarvan is een grote kunst. Ouder worden is daarom een boeiend proces. Plannen maken betekent dat je oude ambities mag koesteren, opnieuw plannen kunt maken en uitvoeren. Zo blijf je vitaal en veerkrachtig. Een gezonde leefstijl helpt zeker, maar ook de sociale kant is van belang. Dat dringt nog niet zo erg door.

Steeds weer blijkt uit studies dat ouderen met sociale contacten langer leven. Het effect op de levensduur is net zo sterk als dat van niet roken. Een doel hebben in je leven en vrienden om je heen, dat is wat in de lijst met tips niet mag ontbreken. Die hebben meer invloed op je levensverwachting dan afvallen of meer beweging. Het gaat er niet alleen om dat je een partner hebt, maar ook dat je maatschappelijk meetelt, dat je dingen kunt doen die nog worden gewaardeerd. Ouderen hebben na hun pensionering nog twintig jaar vrije tijd. Dat is leuk voor even, maar na een paar maanden gaan ze zich vervelen.

Een woonplan

Wil je deel uit gaan maken van een burennetwerk, samen een appartementengebouw met gemeenschappelijke ruimtes bouwen, een meergeneratiewoonproject opzetten of anticiperen op een zorgcollectief? Maak dan een concreet plan voor de komende vijf jaar over hoe je graag zou willen wonen, jouw woonplan. Doe dat samen met je partner, familie, vrienden, toekomstige buren en/of andere betrokkenen.

Een woonplan is dus een noodzakelijke aanvulling op het persoonlijke zorg- en leefplan. Het bevordert de ontmoeting met nieuwe mensen waarmee je je netwerk kunt uitbreiden. Omdat je bestaande netwerk door het overlijden van mensen slinkt en je kringetje steeds kleiner wordt, is dat hard nodig. Onder de mensen blijven helpt je ook om niet te veel stil te blijven staan bij je gebreken. Je krijgt een klankbord en een plek om actief lief en leed met elkaar te delen. Dat helpt je om zo lang mogelijk op een energieke wijze uit de fase van afwachtend leven te blijven. Doordat je deel uitmaakt van een gemeenschap krijg je nieuwe verantwoordelijkheden. Samen ga je deelnemen aan activiteiten. Daardoor blijf je lichamelijk en geestelijk actief. Je hebt een omgeving die bij je betrokken is en die je in positieve zin in de gaten houdt, voor je zorgt en voor je opkomt.

 

Auteur Peter Camp is organisatiesocioloog en ontwikkelaar van de veel gebruikte matrixmethode, een interactieve bottom-up en doe-het-zelf-aanpak voor veranderingen in organisaties. Hij publiceerde onder meer de everseller De gekookte kikker, Delen met de matrix, Gebouwen met een ziel en De broedfactor. Hij is gefascineerd door nieuwe woonvormen. Na een onderzoek van meer dan drie jaar resulteerde dit in Wonen in de 21e eeuw, naar een hedendaags utopia. Een verzamelwerk van collectieve woonvormen in Nederland en België, met meer dan 250 inspirerende voorbeelden.  Meer over Peter Camp kan je vinden op de site Campmatrix en de site de Broedfactor.

Zijn boek over ‘Wonen in de 21e eeuw’, kan je inzien bij Bol.com.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *